Stichting Dohantu

Jos: Mijnheer de president

Groene Gevaar

Na een lange, maar leuke dag stapte ik Het Groene Gevaar in, Mamadi’s auto. De heenweg duurde twintig minuten, maar inmiddels was het ‘rush hour’, dus ik reken op het driedubbele: veertig minuten. Ik heb een zeurende hoofdpijn en slecht gegeten, maar dat zou allemaal snel goedkomen. Dacht ik.

Een goede infrastructuur is essentieel voor een goedlopende economie. Net zoals de doorstroom van je bloed door grote en kleine vaten belangrijk is om te functioneren en om snel te herstellen. De meeste grote wegen in Gambia zijn 2 baans, dat wil zeggen: één kant om te gaan en één kant om te komen. Achter Het Groene Gevaar rijden een paar ‘bush taxi's’ en een enorme vrachtauto die rijdt op blauwe diesel. Voor Het Groene Gevaar rijdt een wagen met een ezel ervoor. Pole Position dus, rustig aan. Het Groene Gevaar zelf dankt haar naam aan het feit dat praktisch alle niet-essentiële onderdelen missen, zoals een spiegel aan de zijkant en een gordel, die gordel moet je dus onder je billen proppen, zodat het nog wat lijkt en je niet iedere politie moet afkopen met vijftig dalasi, “dalasi tan luulu, officer”. Aan de buitenkant is Het Groene Gevaar zwaar gehavend en binnen trilt ze als een Parkinson-patiënt. Maar hé, het rijdt.

Zachtjes, want inmiddels zitten we al een uur in ‘langzaam rijdend verkeer’. Het is stoffig en ik hap naar lucht, maar krijg ook wat dieseldampen binnen zodat ik ook misselijk begin te worden. Bij een rotonde komt er uit onverwachte hoek een onverschrokken bestuurder die zijn gevaarte overdwars neerzet op de weg. Dat gaat zelfs Mamadi wel wat ver. “BOY” Klinkt het overtuigend. Zo kan Mamadi ook vrolijk ‘mieneer’ zeggen of ‘dankjewel Sinterklaas’. Of zelfs: ‘how are you my nigger?’ Op dat soort momenten moet ik even schakelen. Gevoeligheden uit de Apartheid, de discussie rondom ons Sinterklaasfeest en de regelrechte reden waarom gutmensch Ron Jans is ontslagen bij FC Cincinnati (als je eenmaal als racist wordt geportretteerd, probeer dan maar eens het tegendeel te bewijzen) schieten een nano-seconde door mijn hoofd en daarna denk ik: het is ook zo ingewikkeld als we het zelf maken. “Dankjewel, zwarte piet,” Mamadi lacht zijn tanden bloot.

Het verkeer is stil komen te staan en inmiddels voelt het alsof er een bever met zijn staart op mijn hersenpan staat in te rammen. Ook mijn buik voelt niet goed. De hitte, de vreemde geuren en de smerige lucht. En het idee dat dit nog wel eens zou kunnen duren. Inmiddels zitten we twee uur in de auto en ik herken nog niks van mijn omgeving, dit is nog lang geen Brikama New Town. Ik zit wat te kronkelen om me een houding te geven en probeer mijn ogen dicht te doen. Ik besef ineens dat het kerstavond is. ‘Happy Christmas’ murmel ik tegen Mamadi. Wat een stinkzooi, denk ik bij mezelf.

straat GambiaHet verkeer van de andere kant komt ineens wel op gang en in de verte zie ik grote lampen (het is inmiddels donker) bovenop busjes. Een mengeling van gejoel, geroep en gezang komt er vanaf. Op dat gezang zijn er zelfs mensen in witte shirts aan het dansen. Niet synchroon, natuurlijk. Het blijft wel Afrika. Gewoon een beetje frivool en zonder al te veel gewicht. Ik vraag aan mijn mentor en gids: wat is hier aan het handje. Blijkt dat de president op elk moment langs kan komen. Mamadi zet een gezicht op alsof dat erg slecht nieuws is. Hij rijdt van de weg af en pakt een steegje. Meerdere auto’s doen dat en al snel staat het ook vast op deze rode weg. Hoe het voorbijkomen van de president heel Gambia schaakmat zet, zo moet deze blog maar gaan heten, dacht ik op dat moment. En ik dacht: kan ik er hier ergens uit en dan geen herrie, geen stof, geen hoofdpijn. Gewoon even mijn ogen dicht doen. Ik sluit mijn ogen om ze een minuut later weer geschrokken open te doen. “Hey white man! White man!” Er is een puber naast onze auto komen staan en hij schreeuwt keihard naar binnen.

Ik ben het wel gewend, maar meestal zijn de kinderen jonger en roepen ze vrolijk ‘tubab’ of - nog leuker, wat mij betreft - ‘tubabo’. Ik val op en de meeste kinderen vinden dat überhaupt al wel vermakelijk. We rijden weer richting een grotere weg. Op die weg scheurt er een politiemotor langs die ons gebied stil en aan de kant te staan. “This is the problem with Africa.” stelt Mamadi. We wachten. Wachten nog even. En als we klaar zijn met wachten, nog heel even. Zo verstrijken de uren.

Uiteindelijk is hij daar: de president. Hij zit in een grote auto en heeft z’n bovenlichaam uit het dakraam gestoken. Hij zwaait hartelijk. Ik kijk nauwelijks om een punt te maken: doorrijden, chef. Maar de mensen om mij heen hebben hele andere emoties (en waarschijnlijk ook minder koppijn). Er wordt gedanst, gezwaaid en gezongen. De mensen aan de kant van de weg hebben hun mooiste en meest kleurrijke gewaden aangetrokken. Dit is echt feest. Als de president (met kentekennummer PR, dat vind ik dan wel weer geinig) voorbij is gesjeesd, komen er nog ontelbare auto’s, waarbij je bij elke auto kunt twijfelen of het de bedoeling was dat ze daar rijden. Een ambulance, een auto van de militaire politie, een legerwagen… Misschien dat de voorwaarde was dat er een stoer logo en iets van een outfit is? Als die stoet geweest is komen er nog héél veel auto’s met gillende tieners. Allemaal met dat witte shirt waarop het hoofd van de president prijkt.

Mamadi vertelt me dat de president, Adama Barrow, terugkomt van een dagje toeren door het ‘binnenland’. En dit is hoe hij terugkomt bij het presidentieel paleis. Deze man wordt op handen gedragen. Ik kan nog net uitbrengen (want ik ijl inmiddels zowat) dat onze minister-president mooi met de fiets naar zijn werk komt en op protest kan rekenen, waar hij ook gaat. En dat is niet omdat hij onpopulair is.

Het belangrijkste wapenfeit van Adama Barrow is dat hij niet de vorige president is, genaamd Jammeh. Een beetje zoals elke andere president beter is dan Trump. Verder had hij één belangrijke belofte: na drie jaar zou hij de macht overdragen. Een transitie periode waarin democratie zou worden verstevigd. Na vijf jaar heeft de man blijkbaar een ‘appetite for power’ ontwikkeld. Maar Barrow heeft niet helemaal stilgezeten. Zo sloot hij twee kritische radiostations. Eentje uit het handboek ‘how to be a dictator’. Daarnaast is hij uit zijn partij gestapt en heeft een eigen partij opgestart. Minder vrienden, maar meer macht. Adama Barrow

Een andere belofte is dat hij de aorta van Gambia, de weg waarop we nu stil staan (en voor wat, eigenlijk?) breder zou maken. Een andere belofte die hij na vijf jaar nog niet waar heeft kunnen maken. Intussen staat iedereen hier te klappen en te zwaaien. Terwijl de president terugzwaait en in no-time zijn hoofd te ruste legt in het presidentiële paleis. Meneer de president, slaap zacht.


Foto Adama Barrow: statehouse.gm

Social Media

Like deze pagina en bezoek ons op Facebook!



© 2021 Stichting Dohantu algemene voorwaarden links