Stichting Dohantu

Jos: De overheid moet het oplossen!

Kind 1Als je hier, in Gambia, werkt en dus iets probeert bij te dragen, kun je grosso modo op twee manieren door een willekeurige stad of dorp lopen. Ofwel met je toet in de zon, Jan en alleman groetend en go with the flow. Je verbaast je over een moeder met een sluier, maar ook een FC Barcelona shirt aan. De woorden ‘Qatar’ en ‘Airways’ gaan golvend de markt op en kunnen zomaar een ander shirt tegenkomen waarop achteloos ‘Van Kraaij Grafmonumenten’ staat. Je vindt het grappig dat ze hier geen ‘ask’ en ‘mosque’ kunnen zeggen, omdat de eigen taal dirigeert dat de ‘s’ als laatste komt. “Can I aks, where is the moks?”

Ofwel je loopt rond en denkt: waar moet je ins hemelsnaam beginnen als je dit land wilt opbouwen naar een plek waar mensen zoals jij en ik kansen krijgen, hun potentie gaan ontdekken en er lol in krijgen om te ontdekken, op te bouwen en te blijven innoveren. Ik vind samenleven met mijn vriendin al complex, laat staan een samenleving. In zo’n samenleving zijn er allerlei functies te vervullen die ondoenlijk zijn zonder scholing. Onderwijs organiseren is echter duur en die investering blijkt steevast te groot voor veel ontwikkelingslanden.

Er was eens een man, laten we hem Jan noemen, voor de gein. Die reed over de Transgambian Highway en zag tot zijn stomme verbazing dat die scholing plaats vond onder de grootste boom van het dorp. Dorpelingen hadden hun best gedaan, maar kregen niet genoeg bij elkaar gesprokkeld om zich te beschutten voor de naderende regentijd. Onderwijs als luxeartikel. Diezelfde Jan had goed geboerd en wel zin in een projectje.

Zo ontstond het idee in het hoofd van Jan Schouten (hij heet écht Jan, heb ik jou even tuk!) en zijn vrouw Maureen om dit kleine en vriendelijke landje te voorzien van het allereerste begin van het complexe begrip ‘onderwijs’, namelijk de gebouwen waar zoiets in potentie plaats kan vinden. In samenspraak met de lokale bevolking en de landelijke overheid hebben zij met een klein groepje mensen - hou je vast! - 200 scholen laten bouwen door Gambiaanse aannemers. In zes jaar tijd verschenen er 2000(!!!) klaslokalen, waarna de sleutel werd overgedragen en de verantwoordelijkheid overging op de Gambianen zelf, in het dorp waar het basis- of middelbare schooltje kwam te staan én de democratisch verkozen regering. In dat team zit Henriëtte Sonko en zij zit tegenover mij.

Henriette SonkoZe blijft vertellen en ik blijf zeggen dat ik het niet geloof. Ze lacht, ze straalt. Henriëtte Brummer-Sonko is de naam, getrouwd met een Gambiaanse man (een hele erudiete, naar verluid) en ze is Honorair Consul van het Koninkrijk der Nederlanden. Een vriendin van de president van Gambia. “Ik moet zo weg, want we gaan twee scholen openen en ik wil de president nog even spreken.” Ik kijk moeilijk en schud mijn hoofd omdat ik het allemaal maar nauwelijks kan geloven. Hoe werkt dit land? Ik snap het gewoon niet. Hoe kan het dat ik in korte broek tegenover iemand zit die eigenhandig de basis heeft aangelegd voor scholing in een West Afrikaans land. Ze blijft lachen, ik blijf moeilijk kijken.

In Gambia werken veel dingen net zoals bij ons: we betalen belasting en kunnen daarom ongelimiteerd zeiken op de overheid. Gambianen doen dat nog iets meer, vooral via social media, omdat het eerst niet kon, aldus Sonko. Aan die stroom van kritiek (omdat er veel te doen is en weinig geld in kas) komt even een einde als de president wé ér een school opent, het liefst ver van de hoofdstad, zodat Gambianen kansen krijgen in de plek waar ze geboren worden. Zo voorkom je binnenlandse migratie en urbanisatie.

De overheid heeft er echter een hele kluif aan om uit te leggen dat ze relatief weinig middelen hebben voor relatief veel investeringen die nog gedaan moeten worden. Weinig geld in kas? We betalen toch belasting? Ja, maar van een kale kip kun je niet plukken, olie of gas heeft het land niet, aan industrie ontbreekt het volledig en de gemiddelde inwoner is een jaartje of 20. Tel op je vingers na hoeveel geld er dan is voor de gigantische investeringen in infra, gezondheidszorg en onderwijs en de moed zakt je in de schoenen.

Zo niet Jan en Maureen Schouten. Zo niet president Adama Barrow. En die laatste is de eersten dankbaar. Barrow zegt: als Jan en Maureen er niet waren, dan was ik er al niet meer. Jan en Maureen Schouten die het geld niet nodig hebben zijn zodoende de onderkoning en -koningin van een land uit de Commonwealth (ik vraag me trouwens steeds af: waar zijn die Britten?). MRC Holland heet de organisatie die die 200 gebouwen heeft neergezet. Als je het aan mensen vraagt, dan zegt het ze niet veel. De credits gaan naar Barrow en dat is oké voor Jan en Maureen.

Logge, bureaucratische organisaties als The World Bank hebben het nakijken. “Wij leveren betere kwaliteit, zijn goedkoper en ook nog sneller. Bovendien geven wij het en hoeven ze dus geen lening af te nemen.” Sonko is zichtbaar trots. Haar paar decennia ervaring in dit land zorgt ervoor dat ze precies weet wat wel en niet werkt en heeft een netwerk waar je u tegen zegt.

En zo zie je maar weer dat het verschil tussen de wensen en de mogelijkheden soms zo ver uiteen loopt dat je wel een derde partij nodig hebt om het verschil te maken. Je moet maar net het geluk hebben om mensen als Jan en Maureen te treffen. En Jan en Maureen moeten maar net het geluk hebben om iemand als Henriëtte Sonko te treffen. Zo hebben Gambianen het geluk, vaak zonder dat ze het weten, dat door de speling van het lot er langzaamaan een begin wordt gemaakt met het scholen en opleiden van de bevolking. Want dá ár begint alles mee.

Social Media

Like deze pagina en bezoek ons op Facebook!



© 2021 Stichting Dohantu algemene voorwaarden links